Wit licht is niet zo wit als het eruit ziet. Het blijkt te bestaan uit verschillende kleuren. Deze komen tevoorschijn als wit licht op waterdruppeltjes valt op een prisma, of een tralie of zelfs een cd. Er ontstaat een regenboog. Hieraan kun je zien dat wit licht is opgebouwd uit de kleuren rood, oranje, geel, groen, blauw en
violet.

In deze volgorde vormen deze kleuren de regenboog. We noemen dit het kleurenspectrum van wit licht.
Omgekeerd kun je wit licht maken door bundels rood, groen en blauw licht over elkaar te laten vallen. Probeer dat hieronder uit.
Als je het scherm van een televisie bekijkt, ontdek je dat dit bestaat uit zeer veel rode, groene en blauwe vlekjes, die samen het kleurenbeeld opbouwen
Als gekleurd licht op een voorwerp valt, wordt dit licht teruggekaatst, geabsorbeerd of doorgelaten. Meestal is het combinatie van deze drie mogelijkheden. Kleur speelt hierbij een belangrijke rol.

Doorzichtig rood plastic in een witte lichtbundel kaatst een beetje rood licht terug (want we kunnen het plastic zien), laat het meeste rode licht door en absorbeert alle andere kleuren van het kleurenspectrum. Plaatsen we achter het rode plastic een stuk doorzichtig blauw plastic in de bundel, dan wordt er niets doorgelaten, want het blauwe plastic laat alleen blauw licht door en absorbeert het rode licht.

Valt er een bundel blauw licht op het rode voorwerp, dan zien we het voorwerp zwart. Het voorwerp absorbeert het blauwe licht en kaatst geen licht terug.