Het oog

Overdag is het licht en kunnen we de dingen om ons heen zien. Als het ‘s avonds donker wordt, moeten we lampen aandoen, anders zien we niets meer.

Hoe komt het eigenlijk dat we dingen zien als we ernaar kijken? Om zo’n vraag te kunnen beantwoorden moet je weten hoe het oog werkt, hoe de signalen doorgegeven worden aan de hersenen en wat er daar verder mee gebeurt.

Maar één ding is duidelijk: je kunt een voorwerp alleen zien als er licht op valt. Toch is dat niet genoeg. Er moeten lichtstralen vanaf het voorwerp in ons oog terechtkomen. Dat kan alleen als het voorwerp licht in de juiste richting terugkaatst. We zien een voorwerp als er lichtstralen vanaf het voorwerp onze ogen
bereiken.

We zien een voorwerp pas als er licht van het voorwerp ons oog bereikt.