Je kunt uitleggen hoe het komt dat we voorwerpen kunnen zien.
Je kunt uitleggen wat er met licht gebeurt als het op een voorwerp valt.
Je kunt benoemen welke twee soorten terugkaatsing er zijn en wanneer deze optreden.
Je kunt uitleggen wat er met licht gebeurt als het op een ondoorzichtig, gekleurd voorwerp valt. Je kunt daarbij uitleggen welke kleur of kleuren worden teruggekaatst en welke geabsorbeerd.
Je kunt uitleggen dat wit licht uit licht met verschillende kleuren bestaat.
Je kunt uitleggen wat er gebeurt als je bundels met rood, groen en blauw licht (gedeeltelijk) over elkaar heen laat vallen.
Je kunt uitleggen wat er met licht gebeurt als het op een doorzichtig, gekleurd voorwerp valt. Je kunt daarbij uitleggen welke kleur of kleuren worden teruggekaatst, welke worden doorgelaten en welke worden geabsorbeerd.